Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 februari 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
4 februari 2021.
Rechtbank Den Haag
Eiser was sinds januari 2019 tijdelijk in dienst als medium care verpleegkundige bij verweerder. Na een opleiding en een assessment ging hij zelfstandig aan het werk. Binnen drie maanden ontstonden meerdere klachten en incidenten over zijn houding, gedrag en handelen, waaronder het zelfstandig plaatsen van een neus-maagsonde en het maken van een ECG zonder bevoegdheid.
Verweerder trok de bekwaamheidsverklaring in en verleende eervol ontslag wegens ongeschiktheid. Eiser betwistte de verwijten deels en stelde dat hij geen kans tot verbetering had gekregen. De rechtbank overwoog dat ongeschiktheid zich uit in het ontbreken van vereiste eigenschappen en dat concrete gedragingen moeten worden aangetoond.
De rechtbank vond de niet betwiste incidenten ernstig en kort op elkaar plaatsgevonden, waardoor ontslag gerechtvaardigd was. Het vertrouwen in eiser was na het gesprek van juni 2019 en binnengekomen alarmerende ritverslagen verloren gegaan. De rechtbank oordeelde dat verweerder geen verbeterkans hoefde te bieden en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het ontslag wegens ongeschiktheid wordt ongegrond verklaard.