ECLI:NL:RBDHA:2021:17161
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag officier wegens wangedrag na heimelijke affaires en ongewenst gedrag
Eiser, een majoor bij de Koninklijke Landmacht, werd ontslagen wegens wangedrag na meldingen van vier vrouwelijke collega’s over ongewenst gedrag, waaronder een heimelijke affectieve relatie met een ondergeschikte sergeant-majoor, ongepaste aanrakingen en het sturen van ongewenste berichten.
Eiser voerde aan dat het ontslag onevenredig was en dat hij niet volledig had kunnen meewerken aan het onderzoek, waarbij het fair trial-beginsel zou zijn geschonden. Ook stelde hij dat onvoldoende onderzoek was gedaan naar de waarheidsgetrouwheid van de meldingen en dat een minder zware sanctie passend was geweest.
De rechtbank oordeelde dat het Koninklijk Besluit van 27 maart 2020 het primaire besluit was en dat het bezwaar ontvankelijk was. Hoewel het bestreden besluit een bevoegdheidsgebrek vertoonde, werd dit niet als nadelig voor eiser beoordeeld. De rechtbank verwierp de beroepsgronden, stelde dat het fair trial-beginsel niet was geschonden en dat het ontslag niet onevenredig was gezien het wangedrag.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, bepaalde dat verweerder het griffierecht aan eiser moest vergoeden en veroordeelde verweerder in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep tegen het ontslag wegens wangedrag wordt ongegrond verklaard en het ontslag blijft in stand.