ECLI:NL:RBDHA:2021:17123
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering en toekenning schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) om hem geen WIA-uitkering toe te kennen per 9 november 2018, omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Daarnaast betwistte eiser de ingangsdatum van de toegekende IVA-uitkering per 4 januari 2020. De rechtbank benoemde deskundigen die concludeerden dat eiser op 9 november 2018 niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was en dat de beperkingen zoals vastgelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) passend en duurzaam waren.
De rechtbank volgde het deskundigenrapport en oordeelde dat eiser geschikt was voor bepaalde functies en dat de weigering van de WIA-uitkering terecht was. Ook was er geen reden om de IVA-uitkering met terugwerkende kracht toe te kennen. De beroepen van eiser werden ongegrond verklaard.
Daarnaast stelde eiser een verzoek tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank stelde vast dat de procedures langer dan de maximale termijnen hadden geduurd en veroordeelde de Staat tot betaling van een vergoeding van €2.000,- en proceskosten van €379,50 aan eiser.
Uitkomst: De beroepen van eiser worden ongegrond verklaard en de Staat wordt veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.