Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 december 2021 in de zaak tussen
[eiseres 1], geboren op [1991], V-nummer: [V-nummer],
,hierna gezamenlijk: eiseressen
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Eiseressen voeren aan dat verweerder hen ten onrechte niet heeft aangemerkt als jongvolwassenen. Zij zijn ten tijde van de aanvraag 26, 28 en 28 jaar oud. Het bestreden besluit is in strijd met jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Het enkele feit dat eiseressen ouder zijn dan 25 jaar, betekent niet dat zij geen jongvolwassenen kunnen zijn. Het hanteren van de leeftijdsgrens van 25 jaar is weliswaar niet onredelijk, maar de beoordeling of er sprake is van jongvolwassenheid dient wel individueel te zijn. Eiseressen hebben altijd in gezinsverband met hun ouders samengewoond, hebben geen zelfstandig inkomen en hebben geen eigen gezin gesticht. Daarnaast zijn zij voor hun dagelijkse taken afhankelijk van hun ouders. Volgens eiseressen is de afwijzing van de mvv aanvraag enkel gebaseerd op de leeftijd van eiseressen en heeft verweerder ten onrechte geen rekening gehouden met de gezinsverband en de culturele context. Daartoe verwijzen eiseressen naar de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 11 mei 2021, waarbij wordt verwezen naar de verschillende uitspraken van het EHRM waarin gezinsleven wordt aangenomen van mensen van ouder dan 25 jaar. [2] Volgens eiseressen had verweerder in hun situatie van de leeftijdsgrens moeten afwijken.
De vraag of iemand als jongvolwassene wordt aangemerkt is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Verweerder heeft nu alsnog een harde leeftijdsgrens getrokken bij het bereiken de leeftijd van 26 jaar. Verweerder had de omstandigheden die eiseressen hebben genoemd moeten meewegen bij de beoordeling of zij als jongvolwassenen dienen te worden aangemerkt, zoals bijvoorbeeld de fysieke en mentale gezondheid en de mate van afhankelijkheid. Omdat verweerder dit niet heeft gedaan is het standpunt van verweerder dat eiseressen geen jongvolwassene meer zijn ondeugdelijk gemotiveerd en is sprake van een motiveringsgebrek in het bestreden besluit. Het beroep zal daarom gegrond worden verklaard.
Gelet op het geconstateerde motiveringsgebrek komt de rechtbank daarom niet meer toe aan bespreking van de overige beroepsgronden.