ECLI:NL:RBDHA:2021:16877
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek met onbekende bestemming en ontbreken procesbelang
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel buiten behandeling te stellen. De rechtbank heeft het beroep samen met een andere zaak behandeld, waarbij eiseres en haar gemachtigde niet zijn verschenen.
Uit informatie van het COA, de korpschef AVIM Midden-Nederland en de gemachtigde van eiseres blijkt dat eiseres met onbekende bestemming is vertrokken en vermoedelijk niet meer in Nederland verblijft. Op grond van vaste jurisprudentie wordt aangenomen dat iemand die vertrekt met onbekende bestemming geen prijs meer stelt op een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep, waardoor het beroep niet-ontvankelijk is.
De rechtbank wijst het betoog van eiseres af dat zij nog wel procesbelang heeft vanwege het inreisverbod. Omdat zij de beslissing op haar aanvraag niet heeft afgewacht en de aanvraag buiten behandeling is gesteld conform artikel 30c Vreemdelingenwet, is het inreisverbod onlosmakelijk verbonden met het terugkeerbesluit en het buiten behandeling stellen.
Daarom strekt de niet-ontvankelijkheid zich ook uit tot het inreisverbod, en komt de rechtbank niet toe aan inhoudelijke behandeling van de beroepsgronden. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiseres is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang door vertrek met onbekende bestemming.