Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Poolse Unieburger, werd op 18 juni 2021 in bewaring gesteld wegens voortzetting van onrechtmatig verblijf na een verwijderingsbesluit van 9 november 2020. Hij werd op 30 juni 2021 uitgezet, maar keerde op 10 augustus 2021 terug naar Nederland en werd opnieuw in bewaring gesteld op 12 augustus 2021.
Eiser stelde dat zijn verblijf in Nederland door de uitzetting daadwerkelijk en effectief was beëindigd, waardoor het verwijderingsbesluit niet meer van toepassing was. De rechtbank oordeelde echter dat het verblijf niet daadwerkelijk en effectief was beëindigd, omdat eiser slechts kort in Polen verbleef, geen banden met Nederland had verbroken en zelf aangaf zijn leven in Nederland niet te hebben beëindigd.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring rechtmatig was opgelegd op grond van het Vreemdelingenbesluit 2000, mede vanwege het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken en zijn vertrek zou ontlopen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring en het verwijderingsbesluit wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.