ECLI:NL:RBDHA:2021:16237
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning tijdelijk humanitair voor slachtoffer mensenhandel na niet-vervolging OM
Eiseres, een Nigeriaanse vrouw, deed aangifte van mensenhandel en verzocht om een tijdelijke verblijfsvergunning regulier voor het doel 'humanitair tijdelijk'. Verweerder wees dit verzoek af omdat het Openbaar Ministerie (OM) had besloten geen strafrechtelijke vervolging in te stellen, waardoor niet werd voldaan aan de voorwaarden van artikel 3.48 van het Vreemdelingenbesluit en het bijbehorende beleid.
Eiseres voerde aan dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd, dat verweerder had moeten afwijken van het beleid op grond van artikel 4:84 Awb Pro en dat de Nederlandse regelgeving niet in overeenstemming zou zijn met Richtlijn 2004/81/EG. De rechtbank verwierp deze gronden, stellende dat het OM verantwoordelijk is voor de strafrechtelijke vervolging en dat verweerder terecht het besluit van het OM heeft gevolgd. Ook is het beleid in lijn met de Europese richtlijn.
De rechtbank wees het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Daarnaast werd het verzoek om vrijstelling van griffierecht toegewezen vanwege de financiële situatie van eiseres. Het hoger beroep staat open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de tijdelijke verblijfsvergunning als slachtoffer van mensenhandel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.