ECLI:NL:RBDHA:2021:16132
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag minderjarige statushouder met band met Denemarken
Eiser, een minderjarige van Syrische nationaliteit, vroeg asiel aan in Nederland. Verweerder verklaarde zijn aanvraag niet-ontvankelijk omdat eiser reeds internationale bescherming geniet in Denemarken. Eiser voerde aan dat hij minderjarig is en dat de verantwoordelijke volwassenen in Denemarken niet in zijn belang hebben gehandeld, en dat zijn halfbroer de verantwoordelijkheid niet meer wil dragen.
De rechtbank overwoog dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat Denemarken zijn verplichtingen naleeft. De rechtbank toetste of verweerder alle relevante feiten en omstandigheden, waaronder de belangen van het kind zoals voorgeschreven in artikel 3 IVRK Pro, voldoende had meegewogen. De rechtbank concludeerde dat verweerder dit heeft gedaan en dat de band met Denemarken zodanig is dat het voor eiser redelijk is daarheen terug te keren.
Hoewel eiser stelde dat hij in Nederland wil blijven vanwege familie, is dit niet doorslaggevend. De rechtbank vond dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat terugkeer naar Denemarken onredelijk is. De minderjarige had toegang tot voorzieningen in Denemarken en had zich bij problemen tot de Deense autoriteiten kunnen wenden. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag is ongegrond verklaard omdat eiser internationale bescherming geniet in Denemarken en het voor hem redelijk is daarheen terug te keren.