Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Syrische nationaliteit, is op 26 mei 2021 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder heeft deze maatregel opgelegd vanwege de noodzaak van terugkeer naar Denemarken, waar eiser zal worden overgedragen op 14 juni 2021.
Eiser voerde aan dat de maatregel onvoldoende was gemotiveerd, dat hij geen verblijfsstatus in Denemarken had en dat er een reëel risico bestond dat hij na overdracht naar Syrië zou worden teruggestuurd. De rechtbank oordeelde dat deze vragen niet aan de orde zijn in deze procedure, die zich beperkt tot de beoordeling van de inbewaringstelling.
Voorts stelde eiser dat een lichter middel had moeten worden toegepast omdat hij vrijwillig zou vertrekken. De rechtbank stelde vast dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat geen minder dwingende maatregel doeltreffend was, mede vanwege het weigeren van eiser om terug te keren naar Denemarken tijdens vertrekgesprekken.
Ten slotte oordeelde de rechtbank dat de overdrachtsprocedure voldoende voortvarend was opgepakt. Het beroep en het verzoek om schadevergoeding werden ongegrond verklaard en afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.