ECLI:NL:RBDHA:2021:15822
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning kennismigrant wegens aandeelhouderschap eigen onderneming
Eiseres, een Chinese nationaliteit houdende kennismigrant, kreeg een verblijfsvergunning toegekend op basis van haar dienstverband bij een payrollbedrijf (referent). Tijdens een controle werd vastgesteld dat zij feitelijk werkzaam was bij haar eigen onderneming waarvan zij sinds 27 november 2012 directeur en enig aandeelhouder was. Verweerder trok haar verblijfsvergunning met terugwerkende kracht in, omdat zij niet meer voldeed aan de voorwaarden van de kennismigrantenregeling.
Eiseres voerde aan dat het verkrijgen van aandelen haar arbeidsovereenkomst met het payrollbedrijf niet aantastte en dat de intrekking in strijd was met het legaliteits- en rechtszekerheidsbeginsel. Tevens stelde zij dat de intrekking onevenredig was en niet gerechtvaardigd zonder bewijs van fraude, verwijzend naar EU-recht en jurisprudentie.
De rechtbank oordeelde dat eiseres sinds het verkrijgen van haar aandelen niet meer als werknemer in de zin van de kennismigrantenregeling kon worden aangemerkt, omdat zij feitelijk fulltime werkzaam was bij haar eigen onderneming met volledige zeggenschap en ondernemersrisico. De constructie met het payrollbedrijf werd gezien als oneigenlijk gebruik van de regeling. De rechtbank verwierp de bezwaren van eiseres en concludeerde dat de intrekking rechtmatig en proportioneel was. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de intrekking van haar verblijfsvergunning als kennismigrant wordt ongegrond verklaard.