ECLI:NL:RBDHA:2021:15747
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering visum kort verblijf wegens onvoldoende motivering sociale en economische binding
Eisers, beiden Iraanse nationaliteit, vroegen op 26 februari 2020 een visum voor kort verblijf aan om hun zoon in Nederland te bezoeken. Verweerder wees de aanvragen af op grond van onvoldoende sociale en economische binding met Iran en twijfel over terugkeer.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met de persoonlijke omstandigheden van eisers, zoals eerdere tijdige terugkeer van eiseres na eerdere reizen, het feit dat hun meerderjarige kinderen nog thuis wonen, en het bezit van onroerend goed en spaargelden. Verweerder heeft ook nagelaten een zorgvuldige belangenafweging te maken en eisers niet gehoord in bezwaar, wat in strijd is met de Awb.
De rechtbank stelt dat verweerder een ruime beoordelingsruimte heeft, maar dat deze moet worden ingevuld met een individuele en gemotiveerde beoordeling. Omdat verweerder dit niet heeft gedaan, vernietigt de rechtbank het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot weigering van het visum wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.