ECLI:NL:RBDHA:2021:15716
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek lesbische Oekraïense wegens veilig land van herkomst
Eiseres, van Oekraïense nationaliteit en lid van de LHBTI-gemeenschap, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege mogelijke vervolging bij terugkeer naar Oekraïne. Zij stelde dat zij vanwege haar seksuele geaardheid en religieuze overtuiging niet beschermd zou worden door de Oekraïense autoriteiten. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond en legde een vertrektermijn en inreisverbod op.
De rechtbank overwoog dat Oekraïne als veilig land van herkomst wordt beschouwd, met verhoogde aandacht voor LHBTI’s. Eiseres slaagde er niet in aannemelijk te maken dat zij geen bescherming van de autoriteiten kan inroepen. De rechtbank nam kennis van positieve ontwikkelingen in Oekraïne, zoals verbeterde samenwerking tussen politie en LHBTI-beweging, en concludeerde dat de bescherming toereikend is.
Daarnaast faalde het beroep op een verblijfsvergunning regulier op grond van schrijnende omstandigheden, omdat de aangevoerde problemen zich in Oekraïne voordeden en niet in Nederland. Ook het bezwaar tegen het opgelegde inreisverbod werd verworpen, omdat dit wettelijk verplicht is bij een kennelijk ongegronde asielaanvraag.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om verblijfsvergunning af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt afgewezen omdat Oekraïne als veilig land van herkomst geldt en zij onvoldoende bescherming kan ontlenen aan haar omstandigheden.