ECLI:NL:RBDHA:2021:15704
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep asiel na vertrek met onbekende bestemming
Eiser, een asielzoeker van Tunesische nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Tevens werd aan eiser een vertrektermijn onthouden en een inreisverbod van twee jaar opgelegd. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit.
Tijdens de zitting, die plaatsvond op 26 april 2021 te Amersfoort, waren partijen niet aanwezig. De gemachtigde van eiser meldde dat hij geen contact meer kon krijgen met eiser en dat post aan eiser was geretourneerd met de mededeling dat eiser met onbekende bestemming was vertrokken. De verweerder bevestigde dit vertrek.
De rechtbank overwoog dat wanneer een asielzoeker zonder contact met zijn gemachtigde vertrekt, dit impliceert dat hij geen prijs meer stelt op de bescherming die hij aanvankelijk zocht. Hierdoor ontbreekt het aan een rechtens te beschermen belang bij de beoordeling van het beroep. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang door vertrek met onbekende bestemming.