ECLI:NL:RBDHA:2021:15695
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank heeft het beroep samen met een andere zaak behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet aanwezig waren.
Eiser voerde aan dat hij mensonterend is behandeld in detentie in Italië en dat het Italiaanse opvangsysteem tekortschiet, mede door het Salvini-decreet en de coronapandemie. Hij stelde zich op het standpunt dat hij als alleenstaande jonge man onder het arrest Tarakhel valt, waardoor overdracht aan Italië een schending van artikel 3 EVRM Pro en het verbod op réfoulement oplevert.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten opzichte van Italië en dat eiser niet voldoende heeft onderbouwd dat dit in zijn geval niet geldt. Eiser heeft geen rapporten overgelegd die systematische tekortkomingen in het Italiaanse opvangsysteem aantonen, noch aannemelijk gemaakt dat hij als bijzonder kwetsbare persoon moet worden aangemerkt. Ook is onvoldoende gesteld dat hij onmenselijk is behandeld of dat klagen bij Italiaanse autoriteiten zinloos is.
De rechtbank concludeert dat de omstandigheden van eiser niet zodanig zijn dat een uitzondering op het interstatelijk vertrouwensbeginsel gerechtvaardigd is en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.