Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[eiser 1] (eiser) en [eiseres 1] (eiseres)
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart de beroepen ongegrond;
- wijst de verzoeken om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een gezin met minderjarige kinderen tegen de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was noodzakelijk geacht vanwege een concreet aanknopingspunt voor een overdracht volgens de Dublinverordening en het risico dat het gezin zich aan toezicht zou onttrekken.
De bewaring werd later opgeheven, waarna het gezin een verzoek tot schadevergoeding indiende. De rechtbank beperkte haar beoordeling tot de vraag of de tenuitvoerlegging van de bewaring onrechtmatig was geweest. Eisers betwistten de gronden voor bewaring niet, maar stelden dat een lichter middel had moeten worden toegepast, mede vanwege de aanwezigheid van twee zeer jonge kinderen en de lichamelijke en psychische klachten van de moeder.
De rechtbank overwoog dat verweerder bij het opleggen van bewaring voldoende rekening had gehouden met de persoonlijke omstandigheden van eisers, inclusief de belangen van de minderjarige kinderen en de medische situatie van de moeder. De belangenafweging was zorgvuldig gemotiveerd en de keuze voor bewaring in plaats van een lichter middel was gerechtvaardigd.
Daarom verklaarde de rechtbank de beroepen ongegrond en wees zij de verzoeken om schadevergoeding af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep en het verzoek om schadevergoeding af na opgeheven bewaring.