ECLI:NL:RBDHA:2021:15610
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering asielaanvraag op grond van Dublinverordening en beoordeling familieband
De eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank overweegt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten opzichte van Italië geldt en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat dit in zijn geval niet opgaat.
Het rapport van SFH-Osar en het persoonlijk relaas van eiser tonen geen structurele gebreken in het Italiaanse asiel- en opvangsysteem die een uitzondering rechtvaardigen. Eiser heeft opvang ontvangen en zijn asielverzoek werd in behandeling genomen. Klachten bij Italiaanse autoriteiten blijven mogelijk.
Eiser stelde dat op grond van artikel 16 Dublinverordening Pro zijn asielverzoek aan Nederland had moeten worden toegekend vanwege een pleegouderrelatie met een persoon in Nederland. De rechtbank oordeelt dat deze relatie niet voldoet aan de criteria van artikel 16, omdat er geen juridische ouder-kindrelatie is en geen afhankelijkheid is aangetoond.
Subsidiair voerde eiser aan dat toepassing van artikel 17 Dublinverordening Pro op zijn situatie passend zou zijn vanwege bijzondere omstandigheden en een sterke band met Nederland. De rechtbank stelt dat verweerder dit naar redelijkheid heeft beoordeeld en dat de omstandigheden onvoldoende zijn om toepassing van artikel 17 te Pro rechtvaardigen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.