ECLI:NL:RBDHA:2021:15500
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Suppletie-uitkering terugvordering wegens cumulatieverbod met WIA-uitkering
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder waarbij een suppletie-uitkering van €10.214,50 met terugwerkende kracht is ingetrokken en teruggevorderd. Verweerder stelde dat cumulatie van suppletie-uitkering met een WIA-uitkering niet is toegestaan op grond van artikel 4, aanhef en onder a, van de Suppletieregeling.
De rechtbank oordeelde dat het beroepschrift tijdig en ontvankelijk was ingediend, omdat verweerder niet aannemelijk had gemaakt dat het besluit op 26 november 2020 was verzonden. De rechtbank volgde verweerder in zijn uitleg dat de Suppletieregeling bedoeld is voor gedeeltelijk arbeidsongeschikten en dat het cumulatieverbod geldt bij een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer, ook bij een WIA-uitkering.
Verder stelde de rechtbank vast dat verweerder het teruggevorderde bedrag voldoende had onderbouwd met een specificatie over de periode juli 2009 tot en met augustus 2011. De rechtbank concludeerde dat de suppletie-uitkering ten onrechte was uitbetaald en dat terugvordering binnen de wettelijke termijn van vijf jaar mogelijk is.
Het beroep van eiseres werd daarom ongegrond verklaard en verweerder mag het bedrag terugvorderen. Verweerder hoeft de proceskosten niet te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de terugvordering van de suppletie-uitkering wordt ongegrond verklaard.