Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser], eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een onderdaan van de Europese Unie, werd op 19 januari 2021 in bewaring gesteld door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De bewaring werd opgeheven op 29 januari 2021, waarna eiser beroep instelde tegen de bewaring en tevens schadevergoeding vorderde wegens vermeende onrechtmatigheid.
De rechtbank overweegt dat eiser geen verblijfsrecht meer heeft in Nederland, aangezien dit op 10 juli 2019 op grond van het Unierecht is ingetrokken en de beschikking op 20 augustus 2020 aan eiser is uitgereikt. Hierdoor zijn het vrij verkeer van personen en de vrije termijn niet meer van toepassing. De rechtbank stelt vast dat verweerder de bewaring voldoende heeft gemotiveerd, waarbij ook de persoonlijke omstandigheden van eiser zijn meegewogen.
Eiser betoogt dat hij niet in bewaring had mogen worden gesteld vanwege zijn EU-nationaliteit en dat een lichter middel had moeten worden toegepast. De rechtbank oordeelt dat het enkel feit dat eiser EU-onderdaan is, niet betekent dat hij vrijwillig zal vertrekken. Verweerder hoefde daarom geen lichter middel toe te passen. Het beroep en het verzoek om schadevergoeding worden ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring en het verzoek om schadevergoeding worden ongegrond verklaard.