ECLI:NL:RBDHA:2021:14702
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verlaging WAO-uitkering na bezwaar en medische herbeoordeling
Eiser, voormalig timmerman, ontving sinds 1997 een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 25-35%. Na meerdere verzoeken tot herziening werd in 2019 de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 80-100%, waarna verweerder dit in 2020 na bezwaar herzag en verlaagde naar 35-45% met ingang van 14 oktober 2020.
Eiser stelde dat verweerder buiten de grondslag van het bezwaar trad en handelde in strijd met het verbod van reformatio in peius, omdat zijn uitkering door het bezwaar lager werd dan zonder bezwaar. De rechtbank oordeelde dat volledige heroverweging van het besluit toegestaan is en dat de verlaging per toekomstige datum niet in strijd is met het verbod.
Medisch werden rapporten van verzekeringsartsen en een arbeidsdeskundige betrokken. De rechtbank vond dat deze rapporten zorgvuldig waren opgesteld, ondanks dat eiser geen medisch onderzoek wenste. De klachten die leidden tot arbeidsongeschiktheid waren niet eenduidig van dezelfde oorzaak, waarbij rugklachten niet leidden tot urenbeperking en bijkomende psychische en hartklachten pas later ontstonden.
De arbeidsdeskundige concludeerde dat de functies passend waren binnen de belastbaarheid. De rechtbank vond geen aanleiding om de medische beoordeling of de verlaging van de uitkering te verwerpen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de verlaging van de WAO-uitkering per 14 oktober 2020.