Uitspraak
Rechtbank den haag
- [belanghebbende 1] , verweerster in de hoofdzaak, bijgestaan door mr. N.M. van Leeuwen, advocaat te Den Haag;
- de Raad voor de Kinderbescherming.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die zijn verzoekschrift in een omgangszaak behandelde via een Skype-zitting. Verzoeker vreesde vooringenomenheid omdat de rechter zijn verzoek om een fysieke zitting afwees, terwijl het verzoek van de tegenpartij voor een Skype-zitting wel werd ingewilligd.
De rechter gaf aan dat de keuze voor een Skype-zitting voortkwam uit een tekort aan zittingszalen door de coronacrisis en dat verzoeker adequaat kon deelnemen met een smartphone of laptop. De wrakingskamer overwoog dat de beslissing over de wijze van behandeling een procedurele beslissing is die nooit grond kan vormen voor wraking.
De wrakingskamer benadrukte dat wraking alleen mogelijk is bij objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid en dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen zich verzet tegen wraking op basis van motivering van een tussenbeslissing. Het verzoek werd daarom afgewezen en de procedure werd voortgezet in de bestaande stand.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is afgewezen omdat een procedurele beslissing geen grond voor wraking vormt.