ECLI:NL:RBDHA:2021:13784
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek kwijtschelding rentedragende studieschuld op grond van medische situatie
Eiser heeft een rentedragende studieschuld opgebouwd door eerdere studiefinanciering en verzocht op 25 maart 2020 om kwijtschelding van deze schuld, onderbouwd met medische stukken. Verweerder, de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, wees dit verzoek bij besluit van 6 juli 2020 af omdat eiser niet voldeed aan de voorwaarden voor kwijtschelding zoals opgenomen in het beleid en de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000).
De rechtbank toetste het beroep van eiser tegen deze afwijzing. Het kwijtscheldingsbeleid ziet alleen op specifieke medische situaties zoals terminale ziekte, langdurige coma, uitzichtloze psychiatrische opname of ernstige geestelijke handicap. Het rapport van arts F. Knol concludeerde dat eiser niet binnen deze categorieën valt. De rechtbank vond geen aanleiding om aan dit deskundigenrapport te twijfelen en oordeelde dat verweerder terecht het verzoek heeft afgewezen.
Hoewel de rechtbank erkent dat de medische en persoonlijke omstandigheden van eiser zwaar wegen en de studieschuld een last vormt, zijn deze omstandigheden niet vergelijkbaar met de situaties waarvoor het kwijtscheldingsbeleid geldt. De rechtbank wees erop dat de Wsf 2000 andere waarborgen biedt, zoals de draagkrachtmeting, om rekening te houden met financiële beperkingen bij aflossing.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij een proceskostenveroordeling af. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot kwijtschelding van de studieschuld wordt ongegrond verklaard.