ECLI:NL:RBDHA:2021:13440
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek WIA-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Eiser ontving sinds 2010 een WIA-uitkering. Na onderzoek in 2019 legde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) een terugvordering en boete op wegens schending van de informatieplicht. Eiser verzocht in 2020 om herziening van deze besluiten, stellende nieuwe feiten te hebben aangeleverd. De rechtbank oordeelde dat deze informatie geen nieuwe feiten of omstandigheden waren zoals bedoeld in artikel 4:6 Awb Pro, omdat deze eerder aangevoerd hadden kunnen worden.
De rechtbank overwoog dat eiser onvoldoende onderbouwde waarom hij deze gegevens niet eerder kon aanvoeren, ook niet met het argument van ontbrekende administratieve hulp. Tevens was het bestreden besluit niet evident onredelijk, ondanks de bezwaren van eiser over de hoogte van de terugvordering en de gehanteerde inkomensvaststelling. De rechtbank vond dat het UWV conform beleid had gehandeld en dat eiser geen buitengewone omstandigheden aannemelijk had gemaakt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar veroordeelde het UWV tot vergoeding van het betaalde griffierecht vanwege een motiveringsgebrek in eerdere besluiten. De uitspraak werd gedaan door rechter J.B. Wijnholt op 18 november 2021.
Uitkomst: Het beroep tegen het afwijzingsbesluit herzieningsverzoek WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard en het griffierecht wordt aan eiser vergoed.