ECLI:NL:RBDHA:2021:13377
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen verleende b-grondvergunning staatloze Palestijn
Eiseres, een staatloze Palestijn, diende een asielaanvraag in en kreeg een b-grondvergunning verleend met ingang van 14 juli 2019 tot 14 juli 2024. Zij stelde beroep in tegen dit besluit, stellende dat zij belang had bij een vergunning op de a-grond vanwege haar staatloosheid en de mogelijkheid tot naturalisatie na drie jaar in plaats van vijf.
De rechtbank oordeelde dat eiseres geen procesbelang had bij het beroep omdat het verleende besluit haar al een gunstigere rechtspositie gaf. De rechtbank benadrukte dat het belang bij beroep ontstaat als de vergunning wordt ingetrokken of niet verlengd, wat hier niet aan de orde was.
Verder concludeerde de rechtbank dat de staatloosheid van eiseres niet vaststaat, mede vanwege de positie van de UNRWA die geen onderscheid maakt op basis van nationaliteitsstatus. Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Verweerder bood nog aan de nationaliteit aan te passen naar 'staatloos' indien de geboorteakte wordt geverifieerd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en de uitspraak kan binnen vier weken worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de verleende b-grondvergunning wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.