ECLI:NL:RBDHA:2021:13305
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor huurkosten wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Eiser, een bijstandsgerechtigde, vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van de eerste maand huur, woninginrichting en waarborgsom in verband met een noodzakelijke verhuizing vanwege ongedierte in zijn huidige woning. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag wees deze aanvragen af omdat eiser deze kosten uit eigen inkomen of vermogen zou moeten betalen.
De rechtbank oordeelde dat de gevraagde kosten incidentele algemene kosten van het bestaan zijn die in principe uit het bijstandsinkomen moeten worden voldaan. Hoewel de verhuizing noodzakelijk was, waren er geen bijzondere omstandigheden die rechtvaardigen dat eiser bijzondere bijstand ontvangt. Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat zijn situatie vergelijkbaar was met die van een dakloze, noch dat hij niet had kunnen reserveren voor deze kosten.
De rechtbank stelde vast dat eiser in de voorgaande periode voldoende bijzondere bijstand en toeslagen had ontvangen om voor deze kosten te reserveren en dat schulden geen bijzondere omstandigheid vormen. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en bleef de afwijzing van bijzondere bijstand in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor huurkosten wordt ongegrond verklaard.