Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 3 november 2021 in de zaak tussen
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Inleiding en procesverloop
Overwegingen
3 februari 2020. [3]
Volgens eiser zijn de gevolgen van de intrekking van zijn verblijfsvergunning onevenredig in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.
Beroepsgrond 3: Verweerder heeft de belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM Pro (privéleven) ten onrechte in eisers nadeel laten uitvallen
28 januari 2020 [11] , waarin is geoordeeld dat uit het voortduren van de tbs reeds voortvloeit dat de betrokken persoon onverminderd een gevaar voor de openbare orde vormt.
1 juli 2013, waaruit volgt dat het repatriëringsplan en de toetsing van de voorwaarden worden uitgevoerd door een onafhankelijke (interne) toetsingscommissie. Deze commissie bestaat uit leden vanuit verschillende organisatieonderdelen van het ministerie van Veiligheid en Justitie, waaronder ook een gedragsdeskundige en zo mogelijk iemand van een Forensisch Psychiatrisch Centrum.
Beslissing
mr. M. den Heijer, leden, in samenwerking met mr.L.Y. Wong, griffier. De beslissing is uitgesproken op 3 november 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op www.rechtspraak.nl.