ECLI:NL:RBDHA:2021:12094
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen feitelijke uitzetting naar Roemenië vanwege medische noodsituatie
Verzoeker, afkomstig uit Syrië, werd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid voornemens overgedragen aan de Roemeense autoriteiten op basis van het Dublinclaimakkoord. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze feitelijke overdracht en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft, mede omdat verweerder onvoldoende informatie aan Roemenië had verstrekt over de medische situatie van verzoeker. Uit medische stukken bleek dat verzoeker sinds 2018 onder behandeling is bij de GGZ met een PTSS-diagnose en suïcidale gedachten bij terugkeer naar Roemenië, wat een acute medische noodsituatie kan veroorzaken.
De voorzieningenrechter concludeerde dat aan een belangrijke voorwaarde voor overdracht niet is voldaan en dat de overdracht daarom voorlopig moet worden opgeschort totdat op het bezwaar is beslist. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: De overdracht van verzoeker aan Roemenië wordt opgeschort totdat op het bezwaar is beslist vanwege een reële medische noodsituatie.