ECLI:NL:RBDHA:2021:11227
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Recht op inkomensafhankelijke combinatiekorting ondanks niet-naleving inschrijvingseis
Eiseres maakte aanspraak op de inkomensafhankelijke combinatiekorting (iack) voor het jaar 2018, maar de Belastingdienst weigerde deze toe te kennen omdat zij niet voldeed aan de wettelijke inschrijvingseis van artikel 8.14a, eerste lid, onderdeel b van de Wet IB 2001. Eiseres woonde in 2018 met haar dochter op wisselende adressen, waaronder een briefadres, omdat inschrijving op het feitelijke woonadres niet mogelijk was.
De rechtbank stelde vast dat eiseres voldeed aan de inkomenseis en geen fiscale partner had. Tevens was niet betwist dat zij met haar dochter een huishouden vormde en samenwoonde. De inschrijvingseis is bedoeld om dubbele toekenning te voorkomen en de controleerbaarheid te waarborgen, maar in dit geval was geen sprake van een uitvoeringsprobleem.
De rechtbank concludeerde dat de wetgever bij de invoering van de inschrijvingseis niet had voorzien in situaties zoals die van eiseres, waarbij inschrijving op het woonadres onmogelijk is. Toepassing van de wet in deze situatie zou in strijd zijn met fundamentele rechtsbeginselen. Daarom moest de strikte toepassing van de inschrijvingseis achterwege blijven en had eiseres recht op de iack.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en bepaalde dat de aanslag IB/PVV 2018 verminderd moest worden door alsnog de iack toe te kennen. Tevens werd de belastingrente dienovereenkomstig verminderd en het betaalde griffierecht aan eiseres vergoed.
Uitkomst: Eiseres heeft recht op de inkomensafhankelijke combinatiekorting over 2018 ondanks het niet voldoen aan de inschrijvingseis.