Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
buitenwettelijkewijze van afdoening van een strafzaak. Evenmin vermag zij in te zien op welke grond zij bevoegd zou zijn om vervolgens haar goed- of afkeuring uit te spreken over de overeenkomst, zoals partijen oorspronkelijk voor ogen stond blijkens hetgeen in punt 3 onder ‘procedure’ in de overeenkomst is vervat (zie hiervoor onder 19). Door de officier van justitie is de afdoeningsovereenkomst ter zitting van 6 oktober 2021 gekenschetst als een “wetssystematische beëindigingsgrond voor de vervolging”. Wat daarvan ook zij, het gaat de taak van de rechtbank te buiten om zich uit te spreken over een dergelijke wijze van afdoening van een strafzaak die geen wettelijke grondslag kent.
nietverder zou moeten worden vervolgd en de zaak zou moeten worden afgedaan op de wijze neergelegd in de afdoeningsovereenkomst. Samengevat komt de motivering van de officier van justitie erop neer dat de samenleving noch de verdachte gebaat is bij verdere vervolging, gezien:
- de te verwachten duur van de procedure en de belasting die dit voor (onder meer) de verdachte zal meebrengen, alsmede de invloed die dat kan hebben op hetgeen de nog te horen getuigen zouden kunnen verklaren;
- de ouderdom van de feiten en de schending van de redelijke termijn, die zou resulteren in een aanzienlijke strafkorting in het geval van een veroordeling;
- de persoonlijke omstandigheden van de verdachte: zijn gezondheid (acute leukemie), de voortgang van de behandeling en zijn gezinssituatie.
bij de huidige stand van zaken, waaronder de betaling van het geldbedrag, geen belang meer is bij voortzetting van strafvervolging (zie hiervoor onder 37).