ECLI:NL:RBDHA:2021:10454
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J-P.R. van den Berg
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslagen parkeerbelasting terecht opgelegd ondanks betwisting parkeren
De rechtbank Den Haag behandelde het geschil over twee naheffingsaanslagen parkeerbelasting opgelegd aan eiser wegens het niet betalen van parkeerbelasting op 3 april 2020 op twee verschillende parkeerplaatsen in de gemeente Den Haag. Eiser betwistte dat er sprake was van parkeren en voerde aan dat de auto slechts kort stilstond om een passagier in te laten stappen en dat de lichten van de auto aanstonden, wat volgens hem geen parkeren zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat parkeren wordt gedefinieerd als het gedurende een aaneengesloten periode laten staan van een voertuig, anders dan voor het onmiddellijk in- of uitstappen van personen. Uit de verklaringen van eiser bleek dat de auto langer stil stond dan alleen de tijd die nodig is voor onmiddellijk in- of uitstappen, namelijk ook de tijd die nodig was voor het bereiken van de auto door de passagier en het afronden van een gesprek.
De rechtbank verwierp het verweer dat de naheffingsaanslagen onterecht waren opgelegd en stelde dat ook kort stilstaan als parkeren wordt aangemerkt waarvoor parkeerbelasting verschuldigd is. Het feit dat de koplampen aanstonden werd niet als relevant beschouwd. De beroepen werden daarom ongegrond verklaard en de naheffingsaanslagen als terecht opgelegd bevestigd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslagen parkeerbelasting.