ECLI:NL:RBDHA:2021:10366
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen pensioenknip na nabetaling pensioendragende compensatie ineens
Eiser, voormalig militair, vorderde aanpassing van zijn pensioenaanspraken per 1 maart 2003 vanwege vermeende onjuiste uitvoering van besluiten uit 2007 over pensioendragende compensatie. De compensatie werd ineens uitbetaald, wat leidde tot een pensioenknip bij het ABP. Verweerder stelde dat de knip het gevolg was van het pensioenreglement en geen fout van Defensie.
De rechtbank oordeelde dat de besluiten uit 2007 in rechte vaststaan en dat het verzoek van eiser neerkomt op terugkomen van deze besluiten, waarvoor geen nieuw feit of veranderde omstandigheid is aangetoond. De werkgever had geen verplichting om eiser te informeren over de pensioenknip en was niet gehouden deze te repareren.
Het beroep werd ongegrond verklaard. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter G.P. Kleijn op 23 september 2021, met mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit over de pensioenknip wordt ongegrond verklaard.