Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 augustus 2020 in de zaken tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
5 maart 2012, 14 juni 2012 en 11 december 2012 ten bedrage van respectievelijk € 1.500, € 2.000 en € 1.500 overgelegd. Voorts heeft eiser bankafschriften overgelegd waaruit contante geldopnames volgen.
24 november 2017 heeft verweerder eiser meegedeeld voor het jaar 2012 een navorderingsaanslag te zullen opleggen.
Proceskosten
Beslissing
- verklaart het beroep gericht tegen de boetebeschikking gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar voor het jaar 2012 voor zover deze betrekking heeft op de boetebeschikking;
- vernietigt de boetebeschikking;
- verklaart de beroepen voor het overige ongegrond;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.572;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 47 aan eiser te vergoeden.
26 augustus 2020.