Uitspraak
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
30 september 2020 in de zaak tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser(gemachtigde: mr. C.J. van der Have),
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
De bestreden uitspraak op bezwaar
Zitting
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- vermindert de aanslag IB/PVV voor het jaar 2017 tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 14.545;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.050;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 48 aan eiser te vergoeden.
Overwegingen
€ 600. Dit bedrag wordt op grond van artikel 6.19, eerste lid, sub b, van de Wet IB 2001 verhoogd met 40%, zijnde € 240, waardoor de totale uitgaven uitkomen op € 840. Het verzamelinkomen van eiser vóór toepassing van de persoonsgebonden aftrek bedraagt