ECLI:NL:RBDHA:2020:9517
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Uitbetaling niet opgenomen vakantie-uren na beëindiging dienstverband volgens vaststellingsovereenkomst
Eiser was werkzaam bij de Belastingdienst en sloot een vaststellingsovereenkomst waarbij hij per 30 september 2018 eervol ontslag kreeg verleend. Na beëindiging van het dienstverband werd hem een bedrag toegekend voor niet opgenomen vakantie-uren. Eiser vorderde daarnaast een verhoging van deze vergoeding met vakantietoeslag, eindejaarsuitkering en het werkgeversdeel van de pensioenpremie.
De rechtbank overwoog dat de vaststellingsovereenkomst expliciet bepaalt dat niet opgenomen vakantie-uren worden uitbetaald conform artikel 24, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR), wat inhoudt dat alleen het salaris per uur wordt vergoed. De aanvullende vergoedingen zoals vakantietoeslag en pensioenpremie zijn niet inbegrepen, tenzij dit uitdrukkelijk was overeengekomen.
De rechtbank stelde vast dat eiser bekend was met het ruime Europese loonbegrip, maar dat dit niet van toepassing is bij een vaststellingsovereenkomst waarin de vergoeding expliciet is geregeld. De jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep bevestigt dat partijen gebonden zijn aan dergelijke afspraken, tenzij sprake is van wilsgebreken of bijzondere omstandigheden.
Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de uitbetaling van niet opgenomen vakantie-uren blijft beperkt tot het salaris per uur zonder toeslagen.