ECLI:NL:RBDHA:2020:9417
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen aanslag erfbelasting bij nihil te betalen bedrag
Op 2 december 2017 overleed de erflater, die in zijn testament eiser en zijn echtgenote als erfgenamen benoemde. Aan eiser werd een aanslag erfbelasting opgelegd met een belaste verkrijging van €197.137 en een te betalen bedrag van nihil. Eiser maakte bezwaar tegen deze aanslag, maar dit bezwaar werd door verweerder afgewezen.
De rechtbank oordeelt dat een bezwaar niet-ontvankelijk moet worden verklaard indien het geen betere positie voor de indiener oplevert. Omdat de aanslag van eiser nihil bedroeg en geen rente of boete bevatte, kan het bezwaar niet leiden tot vermindering of andere voordelen. Daarom had verweerder het bezwaar niet-ontvankelijk moeten verklaren.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak op bezwaar en verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk. Over de navorderingsaanslag van 15 oktober 2019 kan de rechtbank niet oordelen, omdat deze niet in het bestreden besluit is betrokken. Verweerder moet het betaalde griffierecht aan eiser vergoeden.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de erfbelastingaanslag wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar eiser niet in een betere positie kan brengen.