Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 augustus 2020 in de zaak tussen
[eiser 1] N.V., te Curaçao,
de raad van bestuur van de Kansspelautoriteit, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eisers, twee buitenlandse ondernemingen gevestigd op respectievelijk Curaçao en Cyprus, werden door de Kansspelautoriteit beboet wegens het zonder vergunning aanbieden van online kansspelen die zich mede richten op de Nederlandse markt. De boete bedroeg oorspronkelijk €350.000,-, welke bij heroverweging werd gesplitst in twee gelijke delen van €175.000,- per entiteit.
De rechtbank bevestigt dat de Kansspelautoriteit bevoegd is tot handhaving op basis van de Wet op de kansspelen (Wok), ongeacht de vestigingsplaats van de aanbieders, zolang het aanbod zich richt op de Nederlandse markt. De rechtbank verwijst naar het arrest Ladbrokes van de Hoge Raad en jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarin is bepaald dat het voor de handhaving voldoende is dat Nederlandse consumenten via een op Nederland gerichte website kunnen deelnemen.
De rechtbank oordeelt dat het gebruik van de Nederlandse taal op meerdere websites, de aanwezigheid van de betaalmethode iDeal en het ontbreken van geoblocking objectieve aanwijzingen vormen dat het aanbod zich actief richt op Nederland. De hoogte van de boete wordt als passend en niet onevenredig beschouwd, mede gelet op het prioriteringsbeleid van de Kansspelautoriteit en de ernst van de overtreding.
Ten aanzien van de openbaarmaking van het boetebesluit oordeelt de rechtbank dat het maatschappelijk belang zwaarder weegt dan het belang van eisers en dat er geen sprake is van onevenredige benadeling. Het beroep tegen de openbaarmaking wordt daarom eveneens ongegrond verklaard. Het beroep tegen het besluit tot openbaarmaking van het bestreden besluit wordt niet-ontvankelijk verklaard en doorgezonden als bezwaarschrift.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de bestuurlijke boete van €175.000 per eiser en verklaart het beroep ongegrond.