ECLI:NL:RBDHA:2020:8427
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid bekering en misleiding identiteit
Eiser heeft in 2015 en 2018 asiel aangevraagd met het argument dat hij vervolging vreest in Iran vanwege zijn bekering tot het christendom. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, onder meer omdat eiser onjuiste gegevens verstrekte over zijn naam, geboortedatum, geboorteplaats en nationaliteit. Dit leidde tot het oordeel dat het gehele asielrelaas ongeloofwaardig is.
Eiser voerde aan dat de problemen met de Iraanse politie niet voldoende zijn beoordeeld en dat zijn bekering wel degelijk oprecht is. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht heeft gewezen op tegenstrijdigheden in eisers verklaringen over zijn geloofsachtergrond en bekering, waaronder wisselende verklaringen over het geloof van zijn ouders en het moment en proces van bekering.
De rechtbank stelt dat eiser onvoldoende inzicht heeft gegeven in zijn diepgewortelde overtuiging en dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij zich bewust en weloverwogen van de islam heeft afgekeerd. De verklaringen van geloofsgenoten ondersteunen de bekering onvoldoende. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege ongeloofwaardigheid en misleiding.