ECLI:NL:RBDHA:2020:8095
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering uitstel van vertrek op medische gronden
Eiser, een asielzoeker van Burundese nationaliteit, verzocht om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege medische omstandigheden. Verweerder wees dit verzoek af op basis van een advies van het Bureau Medische Advisering (BMA), waarin werd geconcludeerd dat eiser in staat is te reizen en geen medische noodsituatie op korte termijn te verwachten is.
Eiser stelde in beroep dat verweerder zijn zorgvuldigheids- en motiveringsplicht had geschonden, onvoldoende onderzoek had gedaan naar zijn medische situatie en ten onrechte geen hoorplicht had toegepast. De rechtbank oordeelde dat verweerder het BMA-advies zorgvuldig had betrokken en dat er geen concrete aanwijzingen waren die twijfel aan de juistheid of volledigheid van het advies rechtvaardigden.
Verder werd geoordeeld dat het bezwaar kennelijk ongegrond was, zodat verweerder mocht afzien van het horen van eiser. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat het belang daarvan was komen te vervallen door de beslissing in de hoofdzaak.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het uitstel van vertrek is ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening is afgewezen.