ECLI:NL:RBDHA:2020:7667
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser, een Marokkaanse asielzoeker, diende op 17 februari 2020 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, nam de aanvraag niet in behandeling omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Nederland had een verzoek tot overname bij Italië ingediend, waarop Italië niet tijdig reageerde, waardoor de verantwoordelijkheid vaststond.
Eiser betoogde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Italië niet langer geldt vanwege structurele tekortkomingen in de asielprocedure en opvangvoorzieningen, waardoor hij risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro. Hij verwees naar het AIDA-rapport 2019 en het arrest Jawo van het Hof van Justitie EU.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitgaat van het vertrouwensbeginsel, zoals bevestigd door eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat Italië zijn verdragsverplichtingen niet nakomt of dat hij een reëel risico loopt op ernstige schendingen bij terugkeer.
Het AIDA-rapport toont wel zorgelijke situaties, maar geen zodanige structurele tekortkomingen die overdracht in de weg staan. Het beroep op het arrest Jawo faalt omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in een situatie van zeer verregaande materiële deprivatie zal verkeren.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.