ECLI:NL:RBDHA:2020:7601
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Korting op militair invaliditeitspensioen na bereiken AOW-leeftijd partner
Eiser ontvangt een militair invaliditeitspensioen en werd geconfronteerd met een korting vanaf 3 november 2019, omdat zijn partner toen de AOW-leeftijd bereikte en recht kreeg op AOW-pensioen. Verweerder paste een korting toe van 60% van het gezamenlijke AOW-pensioen van eiser en zijn partner, overeenkomstig de mate van invaliditeit.
Eiser betoogde dat het Besluit bijzondere militaire pensioenen verouderd is en dat de korting alleen van zijn eigen AOW-pensioen zou moeten worden berekend, gezien de gewijzigde AOW-uitkering per persoon. De rechtbank oordeelde dat het Besluit een algemeen verbindend voorschrift is dat niet in strijd is met hogere regelgeving en dat de uitleg van verweerder conform de wettelijke bepalingen en de nota van toelichting is.
De rechtbank vond geen grond voor het oordeel dat het Besluit ernstige gebreken vertoont die het gebruik ervan als grondslag voor het besluit zouden uitsluiten. Ook werd geoordeeld dat het verslag van de hoorzitting voldoet aan de wettelijke eisen. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de korting op het militair invaliditeitspensioen is ongegrond verklaard.