Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter van 25 juni 2020 in de zaak tussen
[verzoekster] , geboren op [1983] , van onbekende nationaliteit,V-nummer: [V-nummer] (hierna: verzoekster)
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
kanduiden op een uitvoeringspraktijk. Verweerder kan dan niet volstaan met de stelling dat sprake is van ambtelijke misslagen, maar zal nader moeten motiveren waarom dat zo is. Gelet daarop is verweerder vooralsnog onvoldoende gemotiveerd ingegaan op de argumenten die verzoekers in het kader van hun beroep op het gelijkheidsbeginsel naar voren hebben gebracht en de gevallen die zij hebben omschreven. Verweerder moet dat in de beslissing op bezwaar alsnog doen. In de beslissing op bezwaar moet verweerder ook nader ingaan op de gevallen die volgens hem niet gelijk zijn aan het geval van verzoekers. Verweerder heeft vooralsnog onvoldoende gemotiveerd waarom geen sprake is van gelijke gevallen. Zo is de enkele omstandigheid dat er in een ander geval achteraf gezien nog een (ongebruikte) hoger beroepstermijn open stond op het moment dat het kind werd geboren onvoldoende om de conclusie te dragen dat geen sprake is van een gelijk geval.
Beslissing
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;
- schorst het primaire besluit I en het primaire besluit II tot vier weken na de bekendmaking van de beslissing op bezwaar;
- verbiedt verweerder verzoekers uit te zetten tot vier weken na de bekendmaking van de beslissing op bezwaar;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van € 1.575,-.