ECLI:NL:RBDHA:2020:5990
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gemeente mag overdracht opstalrecht weigeren wegens onredelijke gronden en gebruiksbestemming
Verzoeker heeft de kantonrechter verzocht om vervangende machtiging voor de overdracht van een opstalrecht op een pand te verkrijgen, nadat de gemeente Zoetermeer toestemming had geweigerd. Het opstalrecht betreft een bowlingcentrum annex restaurant en dienstwoning met een einddatum in 2022. De gemeente baseert haar weigering op het ontbreken van voldoende informatie, het beoogde gebruik van het pand als nachtclub en de persoon van de beoogde verkrijger, die een verleden kent met intrekking van drank- en horecavergunningen.
De kantonrechter overweegt dat de gemeente op grond van artikel 5:91 BW Pro toestemming mag weigeren als er redelijke gronden zijn, waaronder het niet naleven van de gebruiksbestemming en twijfel over de betrouwbaarheid van de verkrijger. De gemeente heeft aannemelijk gemaakt dat de overdracht aan de beoogde persoon niet in overeenstemming is met de akte en dat het gebruik als nachtclub niet is toegestaan. Ook zijn er onbeantwoorde vragen over de financieringsconstructie en de betrokkenheid van de verkrijger bij eerdere incidenten.
De kantonrechter wijst het verzoek af en bevestigt dat de gemeente de overdracht mag weigeren. Tevens wordt verzoeker veroordeeld in de proceskosten van de gemeente. De uitspraak benadrukt het belang van naleving van de akte en de redelijkheid van de gemeentelijke weigering bij overdracht van opstalrechten.
Uitkomst: De kantonrechter wijst het verzoek om vervangende machtiging af en bevestigt de redelijkheid van de gemeentelijke weigering.