ECLI:NL:RBDHA:2020:5513
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser, afkomstig uit Marokko, diende een asielaanvraag in Nederland in nadat hij eerder aanvragen had gedaan in Zwitserland en Duitsland. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser betwist dit en stelt dat Italië verantwoordelijk zou zijn, onder meer omdat hij daar met zijn familie is aangekomen en mogelijk zijn vingerafdrukken heeft laten afnemen.
De rechtbank overweegt dat Duitsland het verzoek tot terugname van Nederland heeft geaccepteerd en dat er geen concrete aanwijzingen zijn dat Italië verantwoordelijk is. De rechtbank volgt eerdere jurisprudentie dat bij een terugnamesituatie de tweede lidstaat geen beroep kan doen op criteria als artikel 9 en Pro 16 van de Dublinverordening. Eiser heeft geen voldoende onderbouwing gegeven voor zijn stelling over een afhankelijkheidsrelatie met familie in Italië.
De rechtbank concludeert dat verweerder niet gehouden was om de aanvraag aan zich te trekken of aanvullende informatie over familiebanden aan Duitsland te verstrekken. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.