ECLI:NL:RBDHA:2020:5326
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op verblijfsvergunning asiel wegens ongeloofwaardig asielrelaas
Eiseres, van Malawische nationaliteit en met een asielverzoek gebaseerd op vermeende vervolging in Zimbabwe vanwege haar politieke activiteiten, had eerder al een beroep succesvol ingesteld tegen een afwijzing van haar asielaanvraag. Bij een nieuw besluit werd haar aanvraag opnieuw afgewezen. De rechtbank toetste of verweerder zich voldoende had gemotiveerd om het beroep ongegrond te verklaren.
De rechtbank stelde vast dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij of haar dochter specifiek vervolgd werden door de Zanu-PF partij of de Central Intelligence Organisation (CIO). De overgelegde documenten, waaronder een medisch journaal en een verklaring van een partijgenoot, waren onvoldoende betrouwbaar of overtuigend. Verweerder had aanvullend onderzoek gedaan, waaronder een aanvullend gehoor, en terecht geoordeeld dat de documenten het eerdere oordeel niet konden weerleggen.
De rechtbank volgde verweerder in de beoordeling dat de authenticiteit en inhoud van de documenten niet konden leiden tot een ander besluit. De stellingen van eiseres over haar politieke positie en de bedreigingen aan haar en haar dochter werden niet aannemelijk gemaakt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
De uitspraak is gedaan door rechter Terborg-Wijnaldum en griffier Van den Akker, en is niet openbaar uitgesproken vanwege coronamaatregelen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van het asielrelaas.