ECLI:NL:RVS:2017:3468
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.W.M. Bijloos
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en afwijzing asielverzoek vreemdeling uit Afghanistan
De staatssecretaris wees op 22 maart 2017 het asielverzoek van een Afghaanse vreemdeling af, die stelde dat hij vanwege zijn werkzaamheden voor de Qandahar Strike Force bedreigd werd door de Taliban. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het oordeel van de staatssecretaris over de authenticiteit van de overgelegde certificaten niet voldoende had betrokken. De Raad stelde vast dat de staatssecretaris het standpunt primair baseerde op een rapport van Bureau Documenten, dat geen oordeel kon geven over de echtheid van de certificaten vanwege gebrek aan vergelijkingsmateriaal, en dat dit niet ten nadele van de vreemdeling mocht worden gebracht.
Verder vond de Raad dat de rechtbank onvoldoende had meegewogen dat de verklaringen van de vreemdeling over zijn werkzaamheden en de omstandigheden daarvan inconsistent en ongeloofwaardig waren. Ook maakten de certificaten niet aannemelijk dat hij gedurende de gehele periode voor de QSF had gewerkt, wat relevant is voor het verband met de bedreiging.
De Raad concludeerde dat de staatssecretaris zijn besluit zorgvuldig had gemotiveerd en niet gehouden was tot nader onderzoek. Het hoger beroep van de staatssecretaris was gegrond, de uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het asielverzoek afgewezen.