ECLI:NL:RBDHA:2020:5070
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en vrees voor indirect refoulement niet onderbouwd
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, diende een asielaanvraag in Nederland in nadat hij eerder in Italië en Duitsland asiel had aangevraagd. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam zijn aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en de Dublinverordening, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiser voerde aan dat Nederland zijn aanvraag op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening toch had moeten behandelen vanwege een vrees voor indirect refoulement en omdat hij in Nederland onder specialistische medische behandeling zou staan. Deze vrees en medische noodzaak werden door de rechtbank niet onderbouwd geacht. De rechtbank oordeelde dat Duitsland het terugnameverzoek heeft geaccepteerd en dat eiser daar adequate bescherming en behandeling kan verwachten.
Daarnaast werd overwogen dat de tijdelijke opschorting van Dublinoverdrachten vanwege de coronapandemie geen reden vormt om het besluit te wijzigen. De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit voldoende gemotiveerd en zorgvuldig is genomen en wees het beroep af.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en de uitspraak werd gedaan zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.