Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
De bewaringsgronden
Een lichter middel
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Chileense nationaliteit dragende vreemdeling, werd op 18 april 2020 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Tegen deze maatregel stelde eiser beroep in, tevens verzocht hij om schadevergoeding wegens vermeende onrechtmatigheid van de bewaring.
De rechtbank oordeelt dat het rechtmatig verblijf van eiser was beëindigd door een terugkeerbesluit en inreisverbod. Eiser had geen rechtsmiddelen tegen deze besluiten aangewend. De gronden voor bewaring, waaronder het vermoeden dat eiser Nederland niet op de voorgeschreven wijze was binnengekomen en het niet meewerken aan het vaststellen van identiteit, zijn voldoende onderbouwd.
Hoewel eiser aanvoerde dat het coronavirus het vooruitzicht op verwijdering bemoeilijkt, acht de rechtbank dit een tijdelijke belemmering die het redelijke vooruitzicht op verwijdering niet uitsluit. Verweerder heeft bovendien adequaat gehandeld door de bewaring op 19 april 2020 op te heffen nadat het paspoort van eiser beschikbaar kwam.
De rechtbank concludeert dat de bewaring rechtmatig was en dat geen lichter middel passend was. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.