ECLI:NL:RBDHA:2020:3849
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurdersaansprakelijkheid voor onbetaalde loonheffingen wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur
Eiseres is als bestuurder van een holding aansprakelijk gesteld voor onbetaalde naheffingsaanslagen loonheffingen van haar werkmaatschappij, [B.V. 1]. De rechtbank oordeelt dat eiseres en haar echtgenoot via een andere vennootschap aanzienlijke bedragen aan [B.V. 1] hebben onttrokken, terwijl hoge managementvergoedingen werden betaald, wat getuigt van kennelijk onbehoorlijk bestuur.
Hoewel eiseres stelde dat een melding betalingsonmacht uit 2009 doorlopende werking had en zij slechts formeel bestuurder was, kon zij dit niet aannemelijk maken. De rechtbank stelt dat het niet betalen van belastingschulden het gevolg is van haar handelen en dat ook de bestuurlijke boeten en kosten van vervolging aan haar te wijten zijn.
De rechtbank baseert haar oordeel op de feiten dat concurrente schuldeisers werden betaald terwijl de belastingdienst niet, de omvang van de managementvergoedingen en de onttrekkingen via een andere vennootschap. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiseres blijft aansprakelijk voor een bedrag van € 612.597,00.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de aansprakelijkheid van eiseres voor onbetaalde loonheffingen en bestuurlijke boeten wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur.