Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] ,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Turkse zelfstandige en langdurig ingezetene van Duitsland, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor zelfstandige arbeid in Nederland. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen omdat eiser niet heeft aangetoond dat hij duurzaam over voldoende middelen van bestaan zal beschikken. Cruciale stukken zoals een ondernemingsplan, diploma's, arbeidsovereenkomsten en omzetgegevens ontbraken.
Eiser stelde dat hem herstel verzuim had moeten worden geboden en dat de toetsingsnorm onzorgvuldig was toegepast, mede verwijzend naar eerdere jurisprudentie. De rechtbank oordeelde dat eiser al in de aanvraag- en bezwaarfase de benodigde stukken had moeten overleggen en dat het ontbreken daarvan terecht tot afwijzing leidde. Ook werd geoordeeld dat geen sprake was van schending van de hoorplicht.
Het beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen is afgewezen. De uitspraak is gedaan door rechter E.J. van Keken op 21 april 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige wordt ongegrond verklaard.