ECLI:NL:RBDHA:2020:3318
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing kinderbijslag wegens ontbreken duurzame persoonlijke band met Nederland op peildatum
Eiseres, met Nederlandse nationaliteit, had kinderbijslag aangevraagd voor haar twee kinderen over het eerste kwartaal van 2019. Verweerder weigerde dit omdat eiseres op de peildatum 1 januari 2019 nog geen duurzame band met Nederland had: zij verbleef kort in Nederland, woonde op een briefadres en later in een crisiswoning, werkte niet en ontving geen uitkering.
Eiseres stelde dat zij en haar kinderen de Nederlandse nationaliteit bezitten, haar partner werkt in Nederland en haar kinderen gaan naar school, en dat zij sinds december 2018 over zelfstandige woonruimte beschikt. De rechtbank oordeelde dat deze omstandigheden onvoldoende waren om ingezetenschap op de peildatum aan te nemen.
De rechtbank baseerde zich op vaste jurisprudentie dat ingezetenschap wordt beoordeeld aan de hand van een duurzame persoonlijke band met Nederland, waarbij de duur van het verblijf en zelfstandige woonruimte zwaar wegen. Omdat eiseres op 1 januari 2019 nog geen zelfstandige woonruimte had en kort in Nederland verbleef, ontbrak die duurzame band.
De rechtbank concludeerde dat eiseres op de peildatum niet als ingezetene kon worden aangemerkt en dus geen recht had op kinderbijslag over het eerste kwartaal van 2019. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de weigering van kinderbijslag over het eerste kwartaal 2019 is ongegrond verklaard omdat zij op de peildatum geen duurzame persoonlijke band met Nederland had.