ECLI:NL:CRVB:2017:2695
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van beëindiging kinderbijslag wegens ontbreken duurzame band met Nederland
Appellante ontving kinderbijslag voor haar kinderen die sinds 10 juni 2008 in Turkije verbleven. Vanaf die datum waren zij en haar echtgenoot ingeschreven op het adres van haar broer in Nederland. De Sociale verzekeringsbank (Svb) stelde na een tip een onderzoek in, waaruit bleek dat appellante en haar echtgenoot geen duurzame band met Nederland meer hadden en in Turkije waren ingeschreven. Tevens bleek dat haar echtgenoot een onderneming in Turkije bezat en daar verplicht verzekerd was.
De Svb besloot daarom de kinderbijslag vanaf het derde kwartaal van 2008 stop te zetten en het te veel betaalde bedrag terug te vorderen. Appellante voerde aan dat zij vanaf januari 2012 in Turkije woonde en dat haar echtgenoot in Nederland bleef, maar slaagde er niet in aannemelijk te maken dat zij vanaf 10 juni 2008 nog duurzame banden met Nederland had.
De rechtbank had het bezwaar gegrond verklaard, maar de Centrale Raad van Beroep stelde vast dat appellante onvoldoende bewijs leverde, onder meer doordat haar in- en uitreisgegevens onvolledig waren en haar verklaringen wisselend en deels onjuist. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit dat appellante vanaf 10 juni 2008 niet langer als ingezetene van Nederland werd beschouwd en geen recht meer had op kinderbijslag.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante vanaf 10 juni 2008 niet langer als ingezetene van Nederland kan worden beschouwd en geen recht meer heeft op kinderbijslag.